Richtlijnen

Richtlijnen

DomusLift-2Machine- en Liftrichtlijn

Voor liften gelden een groot aantal richtlijnen en normen zoals gesteld binnen de Europese ontwerp- en veiligheidseisen. Afhankelijk van het type lift valt deze onder de Europese Liftenrichtlijn of de Machinerichtlijn. De norm waaronder een lift valt, wordt vastgesteld op basis van de vervoerssnelheid. Bij een snelheid hoger dan 0,15 m/sec valt een lift onder de Liftenrichtlijn. is de snelheid lager dan 0,15 m/sec behoort de liftinstallatie tot de regelgeving onder de Machinerichtlijn. Afhankelijk van de norm waaronder een lifttype valt, gelden eisen en regels voor de uitvoering van de lift. De regelgeving omtrent liftinstallaties en liftvervoer is streng en aan continue veranderingen onderhevig.

Machinerichtlijn

De liftinstallaties van Get Up Benelux vallen in hoofdzaak onder de Machinerichtlijn 2006/42/EC. Deze richtlijn geldt voor liften en liftinstallaties met een snelheid lager dan 0,15 m/sec. Liften onder de Machinerichtlijn 2006/42/EC met personenvervoer die meer dan 3 meter verdiepingshoogte overbruggen, mogen alleen geplaatst worden als de lift wordt vergezeld van een type-certificaat. Dit is een certificaat waarin wordt verklaard dat de lift eenmalig is type-goedgekeurd. Dit certificaat wordt alleen afgegeven door een Europese keuringsinstantie. Voor alle overige liften (goederenliften of liften onder de 3 meter) geldt dat de leverancier zelf, op eigen verantwoording, een verklaring opstelt waarin wordt aangegeven dat de lift aan de productnorm (en daarmee aan de Machinerichtlijn 2006/42/EC) voldoet.  

Eind 2009 is de nieuwe Machinerichtlijn van kracht geworden. Deze richtlijn biedt mogelijkheden voor het leveren van (platform)liften zonder put en dak-uitbouw en mét automatische bediening en een kooiafsluiting. In deze Machinerichtlijn 2006/42/EC is vereist dat, wanneer de bediening (overnamebesturing) op het platform wordt geleverd, de dragende constructie (dus het platform) volledig omsloten is. Dit betekent dat een platformlift met overnamebesturing uitgevoerd moet worden als een cabinelift; dus met wanden, plafond en cabinedeur. De gebruiker is tijdens de rit dan ook volledig omsloten. 

Liftenrichtlijn

Wanneer een hogere snelheid is gewenst, mag de lift niet meer worden geleverd volgens de Machinerichtlijn, maar moet gekozen worden voor een conventioneel lifttype volgens de Richtlijn Liften 2014/33/EU. Hierbij is, in tegenstelling tot bij de Machinerichtlijn, de aanwezigheid van een liftput en een schachtkop verplicht. Een uitzondering hierop is de variant volgens de geharmoniseerde norm NEN-EN 81-21. Volgens deze norm mag een lift zonder put en verhoogde schachtkop worden geleverd waarbij de snelheid gelimiteerd is tot 1,0 m/s. Maar hierbij is per lifttype en project, conform Beleidsregel Liften 2016, instemming vereist van de inspectie van het ministerie SZW (voorheen Arbeidsinspectie).

Afwijken normen

Voor liftinstallaties geldt dat afwijken van de productnormen mogelijk is. Máár, dit is aan strenge regels gebonden. Voor liften die vallen onder de Liftenrichtlijn geldt dat alleen mag worden afgeweken wanneer het prototype is/wordt gekeurd door een Europese keuringsinstantie. De lift wordt dan ook geleverd met een ‘type-certificaat’. Voor de Machinerichtlijn is afwijken van de productnorm eenvoudiger. Elke producent of leverancier mag liftontwerpen maken, liften aanbieden en/of installeren zolang het géén personenvervoer betreft, dan wel personenvervoer tot onder de 3 meter verdiepingshoogte. Overigens moet in alle gevallen een volledig dossier van de liftinstallatie, met constructie en risico-analyse, aanwezig zijn.